20nov

Een echte ramp?

822 woorden  |   4,5 minuut lezen

 


Het was een van de leukste feesten in zijn soort. Want laten we eerlijk zijn: je vijfentwintigjarige huwelijksfeest kan je ook vieren in een stijf restaurant, ingesnoerd door een dresscode en verzonken in de lethargie van nette manieren, terwijl je fingeert te luisteren naar toespraken die uit de fles, in plaats van het hart komen. Niet voor nicht Mery en haar Bob. De eerste keer dat ik Bob tegenkwam was op de zolderkamer van mijn veel oudere nicht, in Amstelveen, in haar ouderlijk huis, bij oom Peter, waar je alleen kwam door langs een vreemde poster met halve, zilveren bollen te lopen, als je de trap opliep naar haar kamer. Ze zaten eindeloos te zoenen, mijn nicht en hij, zij bij hem op schoot. Ik was perplex van zoveel openlijke klefheid. Vandaag heeft hun gezoen 3 kinderen gebaard en is de ganse familie is op de feestlocatie: een knusse familiecamping in het landelijke Overijssel, en dat is exotisch als je uit de Randstad komt.
 

Oom Peter, mijn vaders oudste broer, bezet met zijn 7m lange ‘Sky TI Knaus Reismobile’ de complete Noord-flank van familie camping ‘De Loeks’. Zijn neus is dik en rood als altijd, zijn praatjes aandoenlijk en vermakelijk. We nemen allemaal iets te eten mee, ons cadeau aan ‘the happy couple’. Alice, mijn vaders enige zus, komt met zelfgemaakte paté: speciaal omdat Mery vegetarisch is. Een subtiele daad van rebellie mag in een familiekroniek niet uitblijven. Het gaat er losjes aan toe op de camping, nauwelijks georganiseerd, de zon schijnt, iedereen drinkt wat, babbelt, beweegt, lacht. Ik houd wel van dat losse. Zelf ben ik met man en kind naar deze camping gekomen, een lange rit. Wij hebben pakken soep uit de winkel mee: die gieten we zo direct in een pan. Val een jong gezin niet lastig met extra organisatie van zelf eten maken, inpakken en meenemen. Zoonlief is drie-en-een-half en mijn man is bij Gods gratie mee.

 

Wat ik dan nog niet weet, op die 13de mei van dit kersverse millennium, is dat mijn eigen relatie drie jaar later op de klippen zal lopen. Of ik wil het niet weten. Elke familiebijeenkomst is aanleiding tot stress voor mijn vent: eenmaal terplekke doet hij zich voor als grappenmaker, een gentleman die precies aanvoelt wat de ander nodig heeft, een man met flair, zeker. Maar thuis is het hangen en wurgen, wil hij niet mee, vind hij het allemaal gezeik, die familie van mij. Jezus, de eenzaamheid, wat moet een mens blind zijn van verlangen om dat niet te willen weten….. Dat eeuwige wachten op de man die zo druk was met zijn werk, dat hij nooit leek te willen praten met mij. Als het echt ergens over ging was het gezeik. Dat echte gesprek, daar wachtte ik eindeloos op, sinds de geboorte van ons kind en eerlijk gezegd daarvoor ook al. Totdat hij zei: “Ik wil weer leven!”, en vertrok naar wel erg aantrekkelijke schouders om op uit te huilen. Een vrouw die hij, als bij toverslag, ineens wel volgde naar haar Godganse familie…elk weekeinde ook nog, want haar familie woonde tenslotte om de hoek.

 

Daar op die camping in het voorjaar van 2000, had ik van dat alles geen weet. De zeepbel die mijn relatie was, de eenzaamheid en onze wederzijdse onbereikbaarheid …dat durfde ik pas later te voelen. Daar op camping ‘De Loeks’, in de koesterende nabijheid van mijn familie en het lengen der dagen, konden we nog mooi weer spelen. De zon scheen tenslotte en de lucht was blauw. Ik zag mijn familieleden die ik lang niet gezien had, genoot van de warmte van een thuisgevoel, die de nabijheid van mijn prettig gestoorde familie ondanks alles kennelijk opriep en ook van de vrijheid van mijn zoon, die lekker doelloos rondhing, overal en nergens doorheen lopend in een overvloed aan groen, ruimte en aandacht.

 

Toen we ’s avonds weer naar huis reden, hoorden we op de radio over de vuurwerkramp in Enschede. Daar hadden we vlakbij gezeten, die middag en avond. We konden het niet geloven: zoiets groots? Een echte ramp? In Nederland? Even was er afleiding in de leegte van onze relatie, die loerde onder elke uiterlijke nabijheid. De ramp zou 23 mensen het leven kosten en 200 woningen verwoesten. Om over de 950 mensen met lichte tot zware verwondingen nog maar te zwijgen. Op die zwoele voorjaarsavond van 13 mei 2000, was de tol, die deze ramp zou eisen, net zo onbekend als die van de leegte in onze relatie. We reden naar huis: mijn maatje zat achter het stuur, zoonlief sliep in zijn maxi-cosi. De veilige kooi van onze Citroen Xantia suggereerde dat we samen waren: mijn zoon, mijn vent en ik. Samen schrikken geeft toch verbinding. Drie jaar later bleek niet alleen 900 kilo vuurwerk van S.E. Fireworks, maar ook 15 jaar relatie met mijn studiemaatje, die later de vader van mijn zoon zou worden, uit elkaar te zijn geknald.

 

Susana Rusch

COMMENTS
Plaats hier je reactie!

Dit veld graag vullen!
Email adres is verplicht!

12nov

De onmogelijke aankoop

509 woorden   |   2,5 minuut lezen


 

“Zoiets misschien?” De winkelbediende staat op de derde tree van een trapladdertje, ik houd voor de zekerheid de zijsteunen vast, mijn voeten logistiek slim geplaatst tussen Samsonite koffers. Hij toont een zwart leren tas, die under cover rugzak is, strak en sober van design. Hij heeft de tas met moeite van de bovenste plank gehengeld, zonder de aanpalende artikelen met de zwaartekracht mee te sleuren –een kunst op zichzelf- en dit is het achtste model dat hij mij laat zien. De winkel is afgeladen vol. ‘Trrringng’, gaat de bel bij de entree, ten teken dat weer iemand binnenkomt. “Goeie-avond”, roept een bediende ook nog boven de drukte uit. Geroezemoes.
Een indringende leergeur.
“Ik vind ‘t grof schandalig!”, roept een vrouw ineens overstuur, en ze beent vanaf het kassameubel, verongelijkt richting winkeldeur, onderweg tegen mij aanstotend. Ik verplaats mijn been, de winkelbediende loopt net het trapladdertje af met in zijn rechterhand de tas-rugzak, mijn rechterbeen stoot tegen een Samsonite koffer, die als een dominosteen alle overige koffers laat omvallen. Mevrouw ‘schandalig’ worstelt zich door de menigte, ik val in slow-motion om, neem de trapladder mee en daarmee de winkelbediende. “Grof schandalig! Net voorbij garantie. . .!” Trrringng… ik lig languit over de Samsonites, de winkelbediende tussen de Kippling rugzakken, de trapladder werkeloos en intiem uitgestrekt tussen de Carelli Italia actetassen. Ik ben plots in een ander universum, ruik bergketenen, zie vogels, proef boslucht, voel avontuur:
“Mevrouw? Gaat het?” hoor ik bezorgd boven de Samsonites uit. Mijn blik kruist die van de winkelbediende in zijn Kippling bed “Conrad, gaat het?”, dezelfde stem vol warmte, alsof de drukte in de winkel niet bestaat, alsof koopavond niet bestaat. De tijd staat stil. Ik kwam voor een tas, maar nu zijn er alleen blauwe ogen, van Conrad dus, waar ik in verdwijn, berg-ketenen en avontuur, de subtiele geur van zijn aftershave kennelijk. Ik wist niet dat een neus in schijnbewegingen kan ruiken, achter leergeur langs.
“Ja”, zie ik hem zeggen, maar er komt geen geluid uit zijn mond. Integriteit, flitst het door me heen. Oh mijn God, dat vind ik zo sexy. Integriteit. Hij herpakt zich, zegt nog eens “Ja”, nu met stem en krijgt een hand aangereikt. Net als ik. Ik heb hem gebombardeerd met vragen en opdrachten. “Nee, groter”, en “En in bruin?” en “het is voor zakelijk gebruik, maar ik wil toch dat het sportief is, vlot, vernuftig en ook elegant”, en elke keer reageerde hij met hetzelfde geduld, met dezelfde warmte, met dezelfde vakkennis en passie voor kwaliteit. Een gentelman in elke vezel, niet vooringenomen, alle tijd nemend in deze stampvolle winkel op de donderdag koopavond. “Ik wil zo’n haakje in de tas, waar ik mijn sleutelbos aan kan klikken, ken je dat?”, had ik gevraagd. En steeds deed hij er een schepje bovenop. “Italiaans, zacht leer?” vroeg hij dan: “Of liever wat steviger en stoerder, uit Zuid Amerika?”   
“Loopt u even mee naar achteren, dan krijgt u koffie”, zegt de hoffelijke collega. “Neem jij ook even pauze Conrad”, voegt ze eraan toe, in liefdevolle, gebiedende wijs.

 

Susana Rusch, 3 november 2016

COMMENTS
Plaats hier je reactie!

Dit veld graag vullen!
Email adres is verplicht!

10mar

Verzoeken doen, een vak apart

In het boek dat ik schrijf over Geweldloze Communicatie, memoreer ik regelmatig scenes uit mijn trainingspraktijk. Zo ook onderstaand voorbeeld:
een moment waarop we met de groep verzoek gaan oefenen.
Omwille van privacy zijn de namen veranderd.

 

“Wilt u wat meer mijn grenzen respecteren?”

Irene is rond de vijftig en komt voor het eerst van haar leven voor zichzelf op zonder te oordelen over het gedrag van de ander. Ze is naar de introductie workshop gekomen, omdat ze regelmatig hoort dat ze een scherpe tong heeft. Daar wil ze wat aan doen. Dit verzoek is het sluitstuk van de dag en ze kijkt me vragend aan. “Mmmm”, zeg ik: “Hoe doe ik dat, jouw grenzen respecteren? Mijn grenzen zijn de jouwe niet. Wat moet ik dan doen of zeggen, zodat ik zeker weet dat ik jouw grenzen respecteer?” vraag ik.

 

Haar casus is de supermarktscène. Haar zin: “[Waarneming] Nu ik sta te betalen en uw kar tegen mijn been aan voel, [Gevoel] raak ik nerveus en geïrriteerd, [Behoefte] omdat ik respect wil voor mijn ruimte en privacy terwijl ik betaal.”

En nu het actieverzoek.“Waarom vraag je niet gewoon of hij opzout?” zegt Leo. De hele groep schiet in de lach. “Wilt u een stuk naar achteren met uw kar?” suggereert Sandra. “Bijvoorbeeld!” zeg ik. “En je kunt variëren”, voeg ik toe. “Als je duidelijker je grens wilt aangeven, kun je vragen of hij twee stappen naar achteren wil gaan of wat maar jouw grens is om in privacy te betalen. Hoe concreter, hoe beter.”

 

“Wie een eis hoort heeft twee mogelijkheden: onderwerping of rebellie.”

Marshall Rosenberg

 

Concreet

Actieverzoeken werken het meest effectief als je zo concreet mogelijk aangeeft wat je precies wilt dat de ander doet of zegt. Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat voor een ander niet. We kunnen geen gedachten lezen. Het ‘verzoek’ van Irene: “Wilt u wat meer mijn grenzen respecteren?” was eigenlijk meer een vage wens, niet concreet, niet specifiek en ook niet meetbaar. Net als: “Wil je voortaan meer rekening met me houden?” Ja, schat, dat wil ik wel, maar hoe doe ik dat? De zin: “Wil je voortaan ’s avonds voor het slapen gaan de vaatwasser uitruimen?” wordt al veel concreter…


Je zegt aan tafel tenslotte ook niet: “Wil je me aangeven wat ik zo lekker vind?” In plaats van aannemen dat de ander weet wat jij op dat moment lekker vindt, kun je beter zelf meer duidelijkheid geven en je disgenoot vragen om de sambal aan je door te geven. Je vraagt de ander een gunst, die daardoor de kans krijgt om jouw leven te verrijken met een simpele daad. Of je doet impliciet een verzoek aan jezelf, staat op en pakt zelf de sambal in de keuken.

 

Wil je niet...?

In het dagelijkse leven kan concreet maken wat je wel wilt knap lastig zijn, zeker als je hebt geleerd om te zeggen wat je niet wilt, zoals: ophouden met roken, stoppen met herrie maken, kappen met zinloos geweld en al helemaal geen smoesjes meer.


Ik zie in mijn trainingen regelmatig deelnemers die geen idee van hebben wat ze willen. Vooral mensen die van jongs af aan voor anderen hebben leren zorgen en 'pleasen', hebben vaak een feilloze antenne voor wat anderen nodig hebben, terwijl ze niet of nauwelijks contact kunnen maken met hun eigen Behoeften. Laat staan dat ze daar een verzoek aan kunnen koppelen. Hoewel inlevingsvermogen in de ander een belangrijk aspect is van dit gedachtegoed, begint GC met zelfempathie: contact maken met jezelf en wat voor jou belangrijk is, met jouw Behoefte. En daar besteden we aan het begin van een cursus ruimschoots tijd aan: aan het uitzoeken van wat we zelf nou eigenlijk willen.

 

COMMENTS
Plaats hier je reactie!

Dit veld graag vullen!
Email adres is verplicht!

28dec

Kerst met een beroemdheid

1280 WOORDEN: 6 MINUTEN LEZEN

 

“Je hebt een Kerstdiner met een beroemdheid, wie jij maar wilt: die kan nog leven, of niet meer. Beschrijf dit bijzondere moment." Dit is de opdracht die ik 21 november 2014 als 'juf' geef, aan de deelnemers van mijn cursus “Creatief, fictief schijven”. Zes handen schrijven en daarna lezen we aan elkaar voor. Ik doe mee. Elke week komen we samen, wij ontembare schrijvers, aan de tafel van Von. De thee is warm. Het resultaat altijd een verrassing. Hier mijn verhaal:

 

Falcon 900EX

De heli landt bijna op het dak van Freedom Tower, New York. Ik ben met een Falcon 900EX naar Amerika gevlogen. Resultaat van het winnen van 'een bijzondere Postcode Loterij'. Wist ik veel. De eerste verrassing was een kleermaker aan huis : een diep rode japon van zijde en organza moest er komen, hakschoenen gepast, mijn gezicht geplamuurd en haren gekapt. Zie je het voor je: 9 cm hoge hakken en motorisch gestoorde ik? Het volgende moment zat ik in een zwarte limo, op weg naar Schiphol Oost. Daar stond Richard Branson, naast zijn privé jet. “Lovely meeting you Susana!”, zei hij met een smile van oor tot oor. “Let's fly to the States, or we'll be late for Christmas!” Het ging allemaal zo snel! Ik had echt niet voorzien dat ik in de privé jet van Branson naar New York Kennedy Airport zou worden gevlogen. Laat staan dat hij en ik met een slordige 1000 km/uur zouden zitten keuvelen bij een sprankelend glas champagne. Ik dacht dat dit het 'bijzondere' was van de Postcode Loterij...maar het bleek nog maar de opwarmer....

 

“Got ye!”

De heli landt met loeiende wieken op het dak van de Freedom Tower: 540 meter boven maaiveld. Slik. Ik ontwaar een haag mannenpakken in silhouet, iets verderop. En twee pinguin pakken dichtbij. Het is zo donker hier, waarom? De metropool ligt met duizenden twinkelende lichtjes onder mij. Ik ben nerveus, weet niet of ik me angstig moet voelen, of jubelend. Als ik eindelijk mag uitstappen, blijft mijn hak achter het weelderige organza van mijn rok haken. Ik struikel bijna, word onverwacht snel opgevangen, hoor: “Got ye!”, verlies mijn pump en weet zeker dat de organza van mijn japon aan stukken scheurt. Pas als ik weer rechtop sta, stevig in de armen van deze kordate gentleman in smoking, herken ik hem: “Obama!?” schreeuw ik ongelovig, door het geloei van de wieken heen. Ik schiet in de lach van de zenuwen, mijn nek begint te trillen.... “Welcome in the United States of Amerika!” brult hij terug. Hij knipoogt. We staan op een rode loper. Is dit echt? Hij heeft me vast, ik sta uit het lood, rechts 9 centimeter hoger dan links.

 

Wervelwind

Die haag mannenpakken zijn dus bewakers, zo veel is duidelijk. De wieken veroorzaken een wervelwind die mijn rokken ongepast veel kanten op doen dartelen. Een van de bewakers geeft mijn schoen terug. Ik doe het martelwerktuig onhandig aan en hang ondertussen, in een poging mijn evenwicht te bewaren, aan de mauw van Obama zijn smoking, als een plotselinge wiekenwindhoos de rokken van mijn japon om ons beiden heen schroeft. Bijna vallen we allebei, maar Barack houdt stand en leidt me doelgericht naar een huisje, verder op het dak. "Let's go inside!", schreeuwt hij prettig directief, door het nog steeds helse kabaal van de nu langzamer draaiende wieken heen. Mijn poging om te doen alsof ik op hakken kan lopen, verzandt in een genant strompelen. We komen uit in een soort overloop en eindelijk is er rust, geen wind... aaaah..... verlossende stilte. Ik probeer met mijn handen te polsen hoe mijn haar op mijn hoofd moet zitten: coupe 220 Volt, vermoed ik. We stappen een lift in, die op een salon lijkt, samen met twee klerenkasten van bewakers. Het tintelt in mijn hoofd.

 

Tranen

De salon zoeft naar beneden en Obama babbelt zodanig tegen me dat ik dat ik me meer op mijn gemak begin te voelen. "So you througt you just won a 'special Street Lottery'?" spot Barack dan bijna, met een mysterieuze glimlach rond zijn lippen. Ik kijk hem vragend aan. We komen bijna ongemerkt tot stilstand en de deuren zoeven open. Vanuit de marmeren hal waar we nu staan, zie ik een prachtige, hoge ruimte met twinkelende kroonluchters, een diep rood, zacht tapijt, en sfeervol gedekte tafels, op gepaste afstand. Aanlokkelijk geroezemoes komt ons tegemoet. "Oh...", zegt Obama dan en blijft ineens staan: "Before we enter, please accept this as a gift of honor." Ik krijg een klein, groen doosje aangereikt “My wife thought they were made for you!” Ik open het doosje met trillende handen en voel mijn wangen rood worden. Twee briljanten, van acht millimeter doorsnede ieder, twinkelen mijn netvlies tegemoet. Ik krijg acuut tranen in mijn ogen.

 

Schaterlach

“A lady like you should shine outside as you do inside", zegt Barack dan en hij kijkt mij diep in de ogen. "Specially in a place like this", voegt hij toe. "And specially at Christmas!" Hij helpt me de diamanten in mijn oren te doen. Ik weet niet wat me overkomt. Dan doet hij zijn rechterarm omhoog en vraagt: "May I?" Ik twijfel: “Just a moment”, zeg ik, terwijl ik richting toilet wijs. Hij knikt. Ik schop mijn martelschoenen uit, til alle rokken op, hol naar het toilet, doe op het toilet die verschrikkelijke panty uit, houd mijn polsen onder de koude kraan, reset mijn kapsel en make up, schud mezelf los en loop dan opgelucht terug. Ik voeg me weer bij Obama, recht mijn rug en leg tot slot mijn linker arm op Baracks rechter arm: "Yes please”, zeg ik dan, en er ontsnapt me een schaterlach. “I knew you would embarrass me", zegt hij dan onderkoeld vooruitkijkend. We proesten het allebei uit.

 

Roes

Samen lopen we naar een sfeervol gedekte tafel voor twee. Wat een verademing dat alle gasten gewoon eten, kletsen, lachen en genieten en geen acht slaan op de president van de Verenigde Staten van Amerika, met een andere vrouw aan zijn zijde dan de vertrouwde Michelle. Zachte jazz muziek vult de ruimte. We strijken neer aan een prachtig gedekte tafel. Alles twinkelt en glinstert. De bewakers staan op gepaste afstand. Een kelner komt aangesneld met mousserend bleek roze in hoge champagne fluitjes. Barack heft zijn glas, ik ook. "To your qualities, Susana!”, zegt mijn disgenoot. "May they shine a bright light on this part of the Globe." Ik ben met stomheid geslagen en lach wat duizelig. De glazen maken een tinkelend geluid als ze elkaar raken. Ik leef in een roes en heb geen idee wat er komen gaat. Ik had toch alleen een 'bijzondere Postcode Loterij' gewonnen?

 

Missie

Hier en daar lacht er iemand, Miles Davis sijpelt de ruimte in, er staat een enorme, in fijnzinnig wit versierde kerstboom verderop en ik zit met de President van de Verenigde Staten van Amerika aan tafel. Geeft niks. Komt in de beste families voor. Hij is een gentleman pur sang en vraagt me de oren van mijn hoofd. Hoe het zo ver gekomen is, wat ik heb gedaan, hoe ik het heb volgehouden, mijn levensloop, mijn zoon...Hij is een en al oor, goedlachs en vlot. We krijgen een goddelijke kreeftensoep met room en een scheutje cognac. Hemelse witte wijn wordt ingeschonken. Ik word lichtelijk tipsy, lach regelmatig en hoor mezelf allerlei dingen zeggen. En ineens hoor ik: "So that is why you are here lady. My dream is to create a Nonviolent Society and I heard you are just the person we are looking for to make that dream come true. Would you consider becoming my right hand in that mission?”
 

                                                                     - Susana Rusch, Utrecht, 21 november 2014

 

COMMENTS
Astrid van Wijk-Saporito 2014-12-30 10:49:52 Susana,
Met een grote glimlach heb ik jouw verhaal gelezen. Wat een prachtig droomverhaal. Het zou je toch overkomen...:-)). Ik neem mij voor volgend jaar voor zelf weer eens die pen op te pakken. Ik weet uit ervaring dat ik mij dan geïnspireerd en blij ga voelen. Ik wens je een heel mooi uiteinde en een 2015 vol met inspiratie, liefde en mooie communicatie momenten.
liefs,
Astrid
Plaats hier je reactie!

Dit veld graag vullen!
Email adres is verplicht!