Zin in Schrijven

 

Schrijven is mijn passie. Als puber kon ik mijn sores kwijt in dagboeken. Rond mijn 35ste leefde ik mijn schrijflust uit in 'Het Zuylens Nieuwsblad': als correspondent leerde ik veel. Daarna was ik 10 jaar tekstschrijver bij diverse communicatiebureau's. Toen ik eenmaal GC trainingen gaf, bleek mijn schrijfliefde een verslaving. Hieronder de inleiding van het boek op de foto: een van de resultaten van mijn verslaving, waar ik 'cursisten' inmiddels in meesleur en ook nog voor laat betalen, grijns. 

 

Inleiding: 'De dag moet nog beginnen'

maar heeft alle verwachtingen al overtroffen. 


Als communicatietrainer en docent van schrijfcursussen heb ik inmiddels een aardige ervaring opgebouwd. Toch werd ik al snel verlegen van het bijeengeraapte zooitje talent dat ik in Zeist tegen kwam, elke twee weken bij de Introductiecursus Schrijven. Al na twee bijeenkomsten bleek die naamgeving een bespottelijke understatement voor wat daar gebeurde aan die grote, witte tafel.

 

Als u vertwijfeling hoort, dan hoort u dat goed. Want hoewel ik voorstander ben van eigen initiatief en creativiteit, liepen de ‘schrijfavonden’ de spuigaten uit. Enkele dames begonnen buiten de groep om culinaire bondgenootschappen te sluiten en het verloop van de lessen te manipuleren met zelf meegenomen taarten, bordjes, bestek en slagroom. Zonder opdracht schreven ze ook nog column achtige recepten, die ze ongegeneerd voorlazen bij de apple crumble. Hoe nam ik de leiding terug?


Ik zette mijn tegenaanval in met een creatieve guerilla die zijn weerga niet kent. Verzon schrijfop- drachten waarmee ik ze shocking klem zou zetten. De opbouw had ik zorgvuldig gearrangeerd, want ik mocht natuurlijk niet door de mand vallen. "Interview een medecursist over haar partner en schrijf daarover", dat was nog simpel, maar let op: "Jaren later staat de eigenschap waar je ooit op viel je zo tegen, dat je de relatie wilt beëindigen. Beschrijf dit moment. Ook dit bleek te makkelijk.

 

Maar met vakjargon zou ik ze wel temmen. "De relatie komt ten einde . Schrijf een radio nieuwsbericht over dit incident." Spontaan vertaalden enkele dames deze opdracht naar: ‘Hier volgt een politiebericht’. Toen ik zinnen hoorde als ‘van de dader ontbreekt nog ieder spoor’, wist ik dat mijn cursisten ook hier hun hand niet voor omdraaiden. Tijd voor zwaarder geschut.

 

"Schrijf een liedtekst", was mijn volgende, vileine opdracht. Nooit eerder had ik zo een -uit wanhoop geboren- variëteit aan opdrachten gegeven, maar dat hoefden zij niet te weten. Nu zou blijken wie hier de touwtjes in handen had. De volgende bijeenkomst zong de een hardop haar tekst mee met "Alles is liefde", uit de laptop. De andere zong solo haar eigen tekst op de melodie van "Morning has broken", zei “Ik ga nu blozen, ik zing gewoon door” en deed dat ook. Wij als makke schapen meezingen. Weer een treurig bewijs van mijn gebrek aan leiderschap. Tot slot veranderden wij als groep spontaan in een human beatbox, toen de derde een rap inzette over "Dozen vullen." Het kon toch niet zo zijn dat deze vrouwen van alle markten thuis waren?

 

U ziet, ik heb alles ingezet om mijn positie geloofwaardig te houden en dat is niet gelukt. Dit was een Introductiecursus Schrijven, nota bene, maar de dames gedroegen zich schaamteloos vergevorderd. Nu kan ik de schijn niet langer ophouden dat ik meer in mijn mars zou hebben dan zij. Zelfs met de dichtvormen kreeg ik ze er niet onder. Bij de Haiku zag ik ze driftig lettergrepen tellen, bij het Elfje woorden en bij de Zevenaar regels. Maar nee…, ook dichtvormen rolden vloeibaar uit de pen. Hadden deze vrouwen een apart schrijf gen?

 

Alles heb ik uit de kast getrokken. Elke opdracht erdoor gedrukt die ik kon verzinnen: "Schrijf een column, een markant stukje geschiedenis, gecombineerd met je eigen leven, een interview, boekrecensie, associatietechnieken, een alledaagse gewoonte. En alles kwam op papier, werd voorgelezen, bewonderd en besproken. Ik verzon zelfs een combinatieproject: fotografiecursisten zetten ons op de digitale plaat; mijn cursisten schreven weer over hen. Regelmatig klonk gegniffel aan de lange witte tafel waar we ons elke twee weken omheen schaarden. Soms ontaardde dat in lachsalvo’s. Soms waren er tranen. Dan was het stil. Een van de cursisten gaf een boekje uit als kerstkaart, en daar kon ik het dan mee doen, als schrijfdocent, zonder enig boekje van eigen hand.

 

Ik had nog één troef in handen: een absurde foto van twee mannen in een rood pluche omgeving met waterpijp. Steeds nam ik een paar vrouwen apart en fluisterde samenzweerderig: Schrijf een reclametekst, of "Beschrijf het hoogtepunt van een thriller." En voor anderen: Beschrijf dit bijzondere moment in een roman, in de ik-vorm." Of "Schrijf het script van de acteurs in deze speelfilm." Ze lazen voor en raadden elkaars schrijfopdracht. Het resultaat bleek vernietigend voor mijn carrière.

 

Ik merkte dat ik verslaafd begon te raken aan sommige stukken proza. Zinnen als ‘Ik kan de walging die ik voel nauwelijks onderdrukken. Maar ik moet dit doen’, smaakten naar meer. Hoe konden zeven regels tekst, in drie minuten geschreven, zo pakkend zijn? Naar aanleiding van een fóto? Ik kan niet anders dan toegeven dat mijn cursisten mij ver achter zich hebben gelaten. Mijn kans op een schrijfcarrière is verkeken. Te veel concurrentie. Zeker nu dit boek is uitgegeven. Ik hou ermee op. Ik geef er de brui aan. Ik zet er een punt achter.